Report of the AIR at NAIRS Scuol, Switzerland
When the mountain looks back; a filminstallation about rocky perception
Werkplan
Van 1 februari 2026 t/m 29 maart 2026 verbleef ik in de Zwitserse Alpen bij Fundaziun Nairs. Fundaziun Nairs (Scuol)ligt in het dal aan de rivier de Inn, omgeven door hoge bergkammen. In de voorbereiding voor deze Artist in Residency, beschreef ik mijn werkperiode als volgt: ‘Tijdens mijn verblijf wil ik werken aan en filminstallatie over ‘kijken’; kijken vanuit de ogen van de bergen’.
Mijn basismaterialen waren potlood, papier en een iPhone om mijn waarnemingen in de bergen mee vast te leggen. Mijn methode was om al wandelend en observerend door het landschap, in contact te komen met de bergen.
Gaandeweg mijn verblijf ontwikkelde zich drie projecten, die ik als schetsen mee heb genomen om er in mijn atelier aan verder te kunnen werken. De titels van de drie projecten zijn: Lithic Imaginaries, de huid van de berg en The Weeping Mountain.
De bergen dichterbij halen
Hoewel mijn achternaam ‘van den Bergh’ is, zitten de bergen niet in mijn genen. Daar werd ik tijdens mijn eerste wandeling meteen fijntjes op gewezen. De wandeling richting de bergen was geen vlak landschap, het pad ging omhoog. Ik had de horizontale afstand op de kaart bekeken, maar niet gelet op de hoogtelijnen. Al na een paar honderd meter was ik buiten adem en nat bezweet. Het fysieke aspect om in contact te komen met de berg, werd me al snel duidelijk. Ik diende mij nederig en als een beginneling op te stellen tegenover deze grootmacht. Ook realiseerde ik me dat mijn aandacht steeds op de berg daar – op afstand – was gericht, terwijl ik ook echt wel op een berg liep. De bergtop waar mijn blik door werd getroffen wilde ik bereiken en omarmen. Ik kon echter lopen wat ik wilde, ik kwam er niet. Of ik bleek ineens aan de andere kant van de berg te zijn beland. Bovendien zorgden de hoge sneeuw en het voortdurende lawinegevaar voor een barrière tussen mij en de bergtop.
Om mijn gedachten tijdens de wandelingen vast te houden, nam ik elke dag een steen mee van de berg die ik had bezocht. In mijn atelier legde ik de steen op een velletje papier waarop ik een paar aantekeningen schreef, de datum en de locatie vanwaar ik de steen had meegenomen. Dit hielp me om de berg dichterbij te halen, in mijn handen te nemen, om mij heen te verzamelen en ermee te communiceren. ‘Zou de steen een kleine berg kunnen zijn?’
Lithic Imaginaries
Het landschap op mijn tafel begon haar eigen verhalen te vertellen. Verhalen over herinnering, tijd, aantrekkingskracht, aanraking, verval, winterslaap, uiteenvallen en transformatie. De stenen kregen een stem en gingen met mij in gesprek. Arne Naess (filosoof en grondlegger van ‘deep ecology’) heeft eens gezegd dat een berg leeft, maar een steen niet. Mijn ervaringen hebben me geleerd dat er in elke steen levensenergie zit. Ik heb dit werk — mijn verzameling stenen en aantekeningen — de titel Lithic Imaginaries gegeven. Aan het einde van mijn residency heb ik de stenen gefotografeerd en vervolgens achtergelaten in de rivier de Inn. Ze leven nu verder in de rivier, vanwaar ze verder drijven. Van de foto’s en teksten maak ik binnenkort een boekje in risoprint. Dat zal ook onderdeel gaan uitmaken van de uiteindelijke filminstallatie.
De ogen van de berg
Mijn vragen over de ‘ogen’ van de berg als een soort menselijke ogen, waarover ik mijn aanvraag schreef, heb ik al vroeg tijdens mijn artistiek onderzoek herzien. In eerste instantie meende ik ze te kunnen plaatsen op de top van de berg, omdat bergbeklimmers zich aangetrokken voelen door de bergtop om van daaruit het verre landschap te kunn
en waarnemen; het uitzicht vanaf de top maakt de bergbeklimmer een alziend-ik. Maar is dit voor een berg niet een beperkte gedachte. Een berg heeft veel meer te bieden dan de bergtop. Een berg is ‘gewoon’ aanwezig. Een berg heeft een grote omvang, een binnenkant en een buitenkant. De blik van de berg staat in haar huid gegrift, haar voeten stevig in de aarde geplant.
Dit alles bracht me op de gedachte mij te concentreren op de huid van de berg. Omdat ik die kon aanraken en kon ruiken. Omdat ik erop liep. En omdat ik op de huid van de berg de stenen vond waar ik mijn Lithic Imagineries mee maakte. Om de huid van de berg beter te kunnen bekijken en invoelbaar te maken, begon ik haar te tekenen met potlood. Tekenen betekent voor mij beter kijken, opnieuw kijken, aandacht geven en de tijd nemen.
Op deze manier kwam ik in contact met de berg. Hoe een berg is ontstaan, is vervormd en hoe zij zich verhoudt tot de bergen rondom haar. Ik leerde vele gezichten van de berg te zien en hoorde hoe bergbeklimmers naar de ‘beste’ route zoeken om de bergtop te bereiken.
Voor mijn tekeningen experimenteerde ik met vulpotlood en Caran d’Ache (Zwitserse) grafiet potloden. De kleur van het vulpotlood gaf een zilveren gloed waar de berg enigszins doorschijnend van werd.
Tijdens mijn wandelingen werd ik meer aangetrokken door grijze dagen in plaats van door zonovergoten helderblauwe luchten.
Als de lucht helderblauw is, lijken de bergen te schreeuwen ‘fotografeer mij, kijk hoe mooi ik ben’. Die schoonheid is al zo vaak vastgelegd en getoond. Bovendien zorgt de reflectie van de zon op de sneeuw ervoor dat mijn ogen worden verblind. Dat ze er zelfs door zouden kunnen worden aangetast, en sneeuwblindheid oplopen.
Menselijke ogen lijken me vooral gemaakt voor zacht licht. Voor licht dat wordt gefilterd door de wolken. Luchten die versmelten met de bergen, bergen die versmelten met de lucht; één geheel gaan vormen. Met gedempt licht lossen de schaduwen op en verdwijnt het gevoel van diepte. Alles lijkt dan naast elkaar te bestaan. Er is veel minder te zien, omdat de wolken het zicht op het landschap filtert en afschermt. Contouren vervagen, kleuren lossen op. We noemen dit vaag, maar het verzacht, het verzacht wat ik zie. Het verzacht mijn fysieke aanwezigheid. Ook ikzelf word er zachter van, ga zachter spreken, neem meer tijd om mijn voeten neer te zetten. Zouden we niet allemaal zachter worden als we onze bril afzetten? Voorzichtiger, langzamer, meer afhankelijk van elkaar.
Ik leerde ook beter te kijken, naar de bergen en naar wat er leeft. Ik leerde onderscheid te zien tussen bewegende en schijnbaar stilstaande voorwerpen. Wanneer ik stil ging staan en rustig om mij heen keek, zag ik gemzen, herten, alpenkauwen.
Bergen in mijn koffer mee naar huis
Ik heb een serie tekeningen gemaakt van bergen; op A3-formaat. Voor mijn verblijf was dit formaat geschikt om eerste aanzetten te maken en mijn tijd te verdelen tussen wandelen buiten en tekenen in het atelier. Gaandeweg het tekenen, het wandelen en fotograferen begon ik de bergen te herkennen, begonnen ze een gezicht te krijgen. Ook ontdekte ik dat de berg niet als eenling alleen staat, de verschillende bergen vormen samen bergkammen, ze houden elkaar gezelschap. De foto’s en tekeningen beginnen meer rekening te houden met de omgeving.
Tijdens de open atelier presentatie, aan het einde van mijn residency, vertelde verschillende bewoners van het gebied, dat ze de bergen op mijn tekeningen hadden herkend.
Bij terugkomst in Amsterdam ga ik in mijn atelier op groter formaat werken en de bergen namen geven. Een persoonlijk portret van ze maken. Zoals filosoof Hannah Arendt ooit schreef dat het belangrijk is om een zwerfhond een naam te geven en er zo een relatie mee aan te gaan, je ertoe te verhouden, wil ik ‘mijn bergen’ ook een naam geven om ze niet inwisselbaar te laten zijn. Deze gedachten en mogelijk ook de tekeningen zullen ook deel gaan uitmaken van de uiteindelijke filminstallatie.
Morteratsch Gletsjer
Oog in oog te staan met een stervende gletsjer heeft het meeste in mij los gemaakt. Natuurlijk wist ik over klimaatverandering, hogere zeespiegel en smeltende ijskappen. Maar om de tranen van de berg in het echt te zien, was een emotionele en fysieke ervaring; en dat is het nog steeds.
Ik werd getipt om de gletsjer Morteratsch te bezoeken en had mij laten inlichten over het lopen óp de gletsjer. Dat bleek in de winter niet mogelijk te zijn. Daarvoor in de plaats kon ik wel naar de tong van de gletsjer lopen. Dat deed ik in het besef dat er in de afgelopen 150 jaar bijna 3 km van de gletsjer is afgesmolten. Waar je twintig jaar geleden nog binnen vijftien minuten van station Morteratsch naar het gletsjerijs kon lopen, kost het tegenwoordig driekwartier om de gletsjertong te bereiken.
Ik heb daar in ijspaleizen gestaan, miljoenen jaren oud ijs aangeraakt, ijspaleizen zien inzakken, losgeslagen stenen horen vallen, ik heb ijsschotsen horen jammeren.
Deze ervaring heb ik verwerkt in een korte video over het verdriet van de gletsjer.
The Weeping Mountain
Ik ben driemaal teruggegaan naar deze gletsjer en heb er in kort tijdsbestek veel verandering gezien. In de korte video heb ik een begin willen maken met het visualiseren van de emotionele, fysieke en rituele ervaring van verlies en verval. In een museumopstelling op de universiteit van Zürich zag ik veel informatie met grafieken en foto’s. Zulk onderzoek is belangrijk en kan op een wetenschappelijke manier overtuigen. Ik wil de komende maanden artistiek verdiepend onderzoek verrichten. Een onderzoek met de geluiden en beelden, die ik heb opgenomen. Ik wil gesprekken gaan voeren met verschillende wetenschappers en kunstenaars die verbeeldingsvormen ontwikkelen om het sterven van gletsjers te communiceren. En ondertussen begin ik met het schrijven van mijn filmplan, om het leven en sterven van de gletsjer Morteratsch te verbeelden.
Lokale pigmenten van stenen uit de Unterengadin
Halverwege mijn verblijf ontdekte ik een aquareldoos met kleuren die waren gemaakt van stenen uit de Unterengadin & Val Müstair (de streek waar ik verbleef). Na enig onderzoek bleek dat de lokale ontwerper en ‘kalkkunstenaar’ Johannes Wetzel deze aquarelkleuren maakte. Ik organiseerde een ontmoeting met hem en dat mondde uit in een zeer vruchtbare werkdag, waarin wij onze kennis over verfstoffen, pigmenten en verven met elkaar deelden. Ik werk al geruime tijd met verfstoffen van planten en hij met het vermalen van stenen en het verwerken tot aquarelverf.
Ik heb een serie aquareltabletten van hem meegekregen, maar bovenal was het uitermate waardevol om iemand te ontmoeten die ook het belang en plezier inziet van lokale materialen, vertragen, aandacht en verbinding met de streek.
Het heeft mijn kennis verrijkt en nieuwsgierig gemaakt naar manieren om verfstoffen beter houdbaar te maken. Daarnaast is Johannes bij uitstek iemand om in het filmplan voor de berg op te nemen. Hoe hij naar de berg kijkt en ermee communiceert.
Communicatie
Gedurende mijn verblijf heb ik via mijn Instagram account met regelmaat verslag gedaan van mijn artistiek onderzoek. De posts waren voor mij een manier om mijn volgers op de hoogte te houden van mijn onderzoek.
Deze posts zijn goed bekeken en hebben nieuwe volgers opgeleverd.
Vruchtbare periode
Deze residency heeft me tijd en rust gegeven om geconcentreerd te kunnen werken. Ik heb de fysieke ervaring van de bergen en mijn aanwezigheid in de bergen kunnen onderzoeken. Ik heb schetsen en ideeën verzameld als aanzetten voor een nieuwe filminstallatie over het kijken van de berg. Ik heb ervaren dat het kijken naar en de waarneming van de berg voor mij via de huid gaan.
Bovenal ben ik geraakt door het verdriet van de berg, het smelten van de gletsjer. Aldus heeft mijn verblijf bij Fundaziun Nairs mijn kunstenaarschap verdiept en verrijkt.
Hartelijk dank voor uw bijdrage, waardoor dit verblijf mede mogelijk werd gemaakt.